Tagarchief: interview

Kettel & Secede – When Can

Kettel (Reimer Eising) en Secede (Lennard van der Last) zijn ongetwijfeld twee van Nederland’s meest iconische IDM/ambient artiesten, en daarnaast zijn ze al jaren vrienden. Samenwerking tussen de twee ligt dus voor de hand. Sterker nog, het is verbazend dat een full-length collaboratie zo lang op zich heeft laten wachten. Jarenlang bleef het bij enkele tracks en remixen, maar afgelopen november kwamen Kettel en Secede eindelijk met een volledig album: When Can.

‘Het plan voor een gezamenlijk album was er al een jaar of 7,’ onthult Reimer. ‘Toen in het begin van 2012 duidelijk werd dat Sending Orbs een herstart ging maken besloten we dat een samenwerking tussen ons een mooie comeback zou zijn. We hadden eerst het plan alle oude nummers op te poetsen en uit te brengen, maar gedurende het proces kwamen we erachter dat we naar iets heel anders aan het neigen waren. Alle oude dingen hebben we in het archief gestopt.’

Die beslissing was zonder twijfel de juiste, want het resultaat is When Can: een bijzonder album waarop beide musici duidelijk tot hun recht komen. Tijdens het luisteren is nooit duidelijk wie voor welk stukje muziek verantwoordelijk is, wat misschien wel de indicatie is van een perfecte muzikale samenwerking. ‘Len en ik zijn al jaren vrienden en spreken elkaar zeer veel. Qua smaak is er niemand waarmee ik dusdanig op één lijn zit,’ vertelt Reimer over zijn muzikale proces met Lennard. ‘Als je samen aan een album werkt staat alles wat je maakt in dienst van dat album. We sturen elkaar beginnetjes en ideetjes op, filosoferen er nog eens uitgebreid over, en dan is het een kwestie van edits heen en weer sturen. Uiteindelijk is er iemand die het finale arrangement op zich neemt. Er is geen maat of geluid onbesproken gebleven op dit album.’

De sprookjesachtige sfeer van When Can voelt herkenbaar voor liefhebbers van Kettel en Secede – bij vlagen valt er bijvoorbeeld een esthetische gelijkenis met Secede’s ambient epos Tryshasla te bespeuren. Maar tegelijkertijd klinkt het album bovenal heel ‘anders’. De liedjes van When Can zijn bijzonder puur en organisch, zonder typisch elektronische geluiden maar juist met klanken van allerlei snaarwerk, piano en zelfs Gregoriaans-achtige koorzang. Reimer verklaart: ‘Binnen onze muzikale interesses neemt elektronische muziek een bescheiden plek in tussen al het andere wat er bestaat. De output wordt dan dus ook divers. When Can is echter geen bewust reisverhaal door genres. Het is gewoon Len en ik die muziek maken die we leuk vinden.’ Geïnteresseerde fans kunnen veel van de invloeden voor het album beluisteren in de When Can flavors mix die in augustus vorig jaar op internet werd geplaatst. 

Al luisterend naar het album stuiten we op de ene verrassing na de andere. ‘Kirsten’ heeft wel wat weg van een liefdesliedje, dat vervolgens overvloeit in ‘Admittance’, een van de meest epische ambient tracks die ik ooit gehoord heb. En neem ‘Pentimento’, dat nog het meest doet denken aan middeleeuwse hoven en minstrelen, of het ietwat spastische en erg experimentele ‘Jahe’. Al met al is When Can een verassend en divers album met een heerlijke sfeer en prachtige, gedetailleerde nummers. Het verdient ongetwijfeld een plaats in de galerij van klassieke ambient albums. ‘Het blijkt wel dat men iets heel anders van ons verwachtte dan we gebracht hebben. Ik kan dat eigenlijk alleen maar toejuichen. Dat is precies wat je als artiest verplicht bent om te doen. Ik weet zeker dat we in de toekomst nog eens een hele afwijkende plaat de ether in schieten.’

Koffie, gear en gevoel. Een interview met Delta Funktionen

Delta Funktionen behoeft geen introductie. Zijn releases alsmede zijn dj-sets zijn vermaard. Naar aanleiding van Traces, het nieuwe album van Delta Funktionen ging Eclectro in gesprek met Niels Luinenburg.

Waarvoor kom je ‘s ochtends je bed uit?

Koffie!

Beschrijf je werkdag eens.

Beginnen met koffie en e-mails checken. Daarna wat nieuws- en muzieksites langs en gedurende de middag en avond een beetje spelen met de gear. Later op de avond plaatjes luisteren en selecteren voor het weekend en in de tussentijd proberen mijn sociale leven te onderhouden.

Hoe ben je eigenlijk in de elektronica terecht gekomen?

Cassettebandjes! Ik denk dat ik de eerste 909-kick op mijn 6e hoorde en sindsdien is de zoektocht gestart!

Is er een plaat die jou heeft doen besluiten een keyboard aan te schaffen?

Niet zozeer een keyboard, maar meer een module: de Yamaha TX81Z. Het was de 154 – Strike LP op Delsin waar die volop werd benut. Niet echt eenvoudig te programmeren en het heeft wat processing nodig, maar nog steeds een bak waar ik vaak op terug val.

Ben je een techneut of volg je meer je gevoel in het creëren van tracks?

Op eerdere releases was ik vaak meer bezig met het technische deel. Met het album heb ik dat proberen los te laten en getracht een sterkere balans te vinden tussen techniek en gevoel. Techniek is leuk en interessant, maar als het gevoel ontbreekt, dan wordt het nooit een goede track.

Is het electro/acid geluid van je nieuwe album een logische verbreding van jouw geluidsspectrum? Of was t altijd al een onderdeel van?

Het is altijd een onderdeel van mijn spectrum geweest. Ik denk dat er in de Setup Serie op Ann Aimee ook duidelijk electro-invloeden te horen zijn, maar dan iets meer gestoeld op een techno-fundering. Het geluid van het album is in zekere zin ook een weerspiegeling van mijn DJ-sets waar altijd een fikse stapel aan electro en acid platen de revue passeert. Ik kreeg vaak de vraag wanneer ik eens meer ging produceren zoals mijn DJ-sets klinken. Ik denk dat ik met dit album aan die vraag redelijk heb voldaan ;-)

Welke muziek zou je nooit uit je vingers kunnen krijgen?

Gitaarmuziek.

Hoe ontwikkel je je muzikaal? Hou je van alles bij, verdiep je je bewust in bepaalde muziekstromen?

Een paar jaar terug was ik altijd op zoek naar nieuwe (en oude) muziek, alle webshops af, bij tweedehands winkels langs. Ik wilde niets missen, want techno nam weer een meer spannende wending. Tegenwoordig blijft het bij diggen naar oude weapons. Hedendaagse techno vind ik oersaai en het volgt een soort zelfde patroon als waar minimal na twee jaar in verviel. Te veel techno is tegenwoordig gebaseerd op sounddesign, galmpje hier, donkere kick daar en weer een plaatje klaar. De fun ontbreekt een beetje en dat vind ik jammer. Uiteraard uitzonderingen daargelaten. Maar als het voor mij saai en voorspelbaar wordt, haak ik een beetje af en sla dan liever een zij-pad in. Ik haal tegenwoordig meer plezier uit het diggen naar oude jaren ’80 platen, en probeer dat dan weer te combineren met meer huidige elektronische muziek. Dat houdt het voor mij spannend en uitdagend.

Wat doe je als je niet aan nummers werkt?

Tijd spenderen met mijn vriendin, wat vrij vaak neerkomt op tracks uitwisselen en nerden over muziek.

Welke andere kunstvormen hebben je interesse?

Ik kan een film of een bezoek aan een museum op zijn tijd prima waarderen, maar de gedrevenheid die ik met muziek heb, heb ik niet met andere kunstvormen.

Eclectro x DEAF x REWIRE – Een terugblik

Afgelopen week stond Rotterdam in het teken van het Dutch Electronic Art Festival, en terwijl de tentoonstellingen nog even doorgaan, zijn wij weer overeind gekrabbeld na een fantastische vrijdagavond. Samen met DEAF en REWIRE stond Eclectro garant voor een avond vol spannende elektronica. We blikken terug op de artiesten die de grootste indruk maakten, en dat alles onder het genot van de set die onze eigen Eclectro DJ’s draaiden.

Torus

Met een hipster-verantwoorde muts en een klein batterij apparatuur bijt Torus het spits af van de grote zaal van de Worm. Vanuit de mathematisch-futuristische molecuul waarin hij optreedt spuugt de jonge producer en finalist van de Grote Prijs van Zuid-Holland zijn hiphopgebaseerde beats het publiek in.

Dat klinkt indrukwekkend, maar dat ligt ook aan het erg goede geluid dat de Worm heeft neergezet. Daarnaast zit Torus qua bpm wat hoger dan op zijn studiowerk. Toch mist zijn set wat grote pieken en dalen, waardoor na een tijdje zijn geluid wat gaat vervelen. Aan het eind draait hij ook nog een klein bataljon hits, waardoor het nogal willekeurig wordt. Het publiek deert dat gelukkig weinig. Zo wordt Rustie’s ‘City Star’ met gejuich ontvangen. Gelukkig voor Torus kapt de geluidsman hem strak om kwart voor 1 af (Kangding Ray staat namelijk al opgesteld), waardoor het niets langer duurt dan nodig is. - tekst door Inge en Triptan

Filosofische Stilte

Het gonst vanavond in de Worm als Filosofische Stilte aan zijn set begint. Aan mijn linkerzijde zegt een labeleigenaar dat dit dé artiest van 2012 wordt, terwijl ter rechterzijde de jonge Hagenees geroemd wordt om zijn nog altijd groeiende producties. Zelf sta ik met een grote glimlach te bewegen op de beats & bleeps die Luuk Graham in de foyer laat horen aan hooguit 20 man. Wat hij uit zijn minuscule sampler haalt klinkt sequence na sequence meer dan overtuigend en blijft intrigeren. Scheurende 8bit arpeggio’s, zoemende baslijnen, stuiterende beats: het palet blijft verschuiven, terwijl Filosofische Stilte er wat schuchter bij staat te heupwiegen. Achteraf had hij zonder problemen in de grote zaal kunnen staan als opwarmer voor Kuedo, want vanavond was hij zonder twijfel de beste en meest verrassende act. Met concurrentie van Ital Tek, Kangding Ray en Kuedo is dat een erg, erg, erg indrukwekkende score. - tekst door Inge

Kangding Ray

Terwijl Kuedo binnen inmiddels met zijn set is begonnen sta ik buiten in de milde Rotterdamse nacht. Naast mij staat David Letellier, oftewel Kanding Ray, met in de ene hand een sigaret en in de andere een flesje pils. We praten over de praktijk van het toeren. David vertelt dat hij met de trein van Berlijn naar Rotterdam is gekomen. De enkele keer dat een treinreis mogelijk is neemt hij die graag, want hij heeft een hekel aan vliegvelden.

David heeft enige moeite met de vraag wat hij het leukst vind aan toeren, maar levert uiteindelijk het poëtische antwoord ‘het zien van de donkere kant van de wereld’. Ik vraag hem of hij last heeft van de eenzaamheid, want ik weet dat veel artiesten in het elektronica wereldje vaak in hun eentje naar gigs reizen. ‘Soms,’ begint hij, maar we worden onderbroken door twee van zijn vrienden die hem in een barrage van Franstaligheid gedag komen zeggen. Toch niet zo eenzaam dus.

‘Op welk album ben je het meest trots?’ vraag ik wanneer de Fransen zijn verdwenen. ‘Mijn volgende,’ antwoordt hij lachend. Als een hoopvol kind vraag ik of er dan een nieuw album aankomt. ‘Nee, op het moment werk ik aan een EP,’ zegt hij. Uit zichzelf gaat hij verder met een serieuzer antwoord: ‘Automne Fold is mijn meest persoonlijke album. Daar zit veel van mijzelf in. Maar OR is het album dat ik echt wilde maken. Voor een volgend album heb ik nog geen ideeën. Ik moet goed overwegen welke kant ik op wil gaan met mijn muziek.’

‘Ik heb gehoord dat je wel eens “raster-notons popster” wordt genoemd.’
‘Klopt. Toen mijn eerste album daar uit kwam was ik eigenlijk de enige die veel met melodie deed. Maar tegenwoordig is die bijnaam niet zo toepasselijk meer. Het label is veranderd en er zijn nu wel meer melodieuze releases.’

Het sigaretje is inmiddels opgerookt en David vraagt of we naar Kuedo zullen gaan kijken. ‘Ben je een fan van Jamie?’ vraag ik terwijl we naar binnen lopen. ‘Zeker, ik vind hem een briljante artiest. Met zijn werk in Vex’d heb ik persoonlijk het meest. Degenerate was een belangrijk album voor mij.’ - tekst door Mark

Kuedo

Als Kangding Ray zijn laatste geluiden uit zijn apparatuur tovert, maakt Jamie Teasdale zich op voor zijn set. De Fransman laat zijn collega achter met een vaag ambientloopje; iets waar de Engelsman wel raad mee weet. Langzaam trekt hij het publiek in zijn wereld. Vorig jaar bracht hij zijn eerste LP (Severant) uit als Kuedo, waarvan de meeste tracks in versterkte vorm in een uur tijd voorbij komen. Helaas wordt de sfeer die het album creëert maar gedeeltelijk live geëvenaard. Gelukkig zorgen herkenbare tracks zoals Scissors, Salt Lake Cuts, Ascension Phase en Ant City dat het publiek zich prima vermaakt. Op de sci-fi beats van Severant wordt dan ook genoeg bewogen, gedanst en zowaar gesprongen.

Na afloop sprak ik Teasdale nog even. Hij was vermoeid, maar wilde nog wel even praten. De set was redelijk verlopen, hoewel hij er graag visuals bij had gehad. Dan was de ervaring sterker geweest, zo vertelt hij.
Verder vraag ik hem naar zijn nieuwe werk. Volgende maand komt er een nieuwe single uit (Work, Live & Sleep In Collapsing Space). Hij reageert: ‘ik was met dat nummer bezig terwijl ik Severant maakte, maar het paste niet op het album. Het is agressiever, directer. Severant is afstandelijker.’ De single sluit als het ware deze fase af. Verder laat hij weten wel al met nieuw werk bezig te zijn, maar niks clubby. Geen trap, geen footwork. Ik luister niet eens naar club genres op het moment, vertelt hij. Hij vervolgt: ‘Ik realiseer mij dat Severant een sterke ritmische basis heeft, maar tot nu toe heb ik nog geen enkel nummer met drums gemaakt. Ik wil meer met sound design doen.’ Ik vraag hem of dat betekent dat hij overgaat op soundscapes van 30 minuten. Hij lacht: ‘ik heb wel zoiets, maar ik betwijfel het.’ - tekst door Triptan

Eclectro DJ’s

De heren ST-F, Rubber Legged Lukas en Starborough draaiden de laatste uren in de foyer, en waren deze uurtjes net iets te laat voor je, dan kan je het hier op je gemak terugluisteren!

 

- fotos door Roy

Listen To This – Lunapark

Een kleine twee maanden geleden waren we met Eclectro op bezoek in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Daar speelde Lunapark muziek van Squarepusher en Massive Attack in de Listen To This concertserie. Wij maakten van de gelegenheid gebruik om programmeur Shane Burmania aan de tand te voelen, en legden Lunapark vast op film. 

Squarepushers Port Rhombus door Lunapark

Massive Attacks Paradise Circus door Lunapark

Dit seizoen vindt er nog één editie in de Listen To This concertserie plaats, en wel op vrijdag 18 mei. Het Kronos Quartet speelt deze avond een concert rond Steve Reichs compositie voor 9/11, en zoekt daarbij composities op van o.a. het drugsdrama Requiem For A Dream. Meer info en tickets vind je hier.

Orbital: The Brother Battle (video)

Na alle consternatie over Orbitals nieuwe album Wonky (en het recente optreden) grepen Eclectro-icoon Renier Mouthaan en ik de kans met beide handen aan om een video-interview te doen met Paul en Phil Hartnoll voor KindaMuzik. Aangezien de broers weer onafscheidelijk zijn, leek het ons gepast om met hen The Brother Battle te spelen. Hierin stelt niet de interviewer de vragen aan de band, maar de broers aan elkaar. Welk Orbital-album vindt Paul bijvoorbeeld het slechtst? En wat is volgens Phil het hoogtepunt uit hun carrière?

Renier Mouthaan (Ovideo) tekende voor camerawerk en montage, en ik voor concept en interview. KindaMuzik zorgde voor de productie. De opnames vonden plaats op vrijdagmiddag 13 april, enkele uren voor hun optreden in de Melkweg.

Update @ 24 april: voor de liefhebbers hebben we nu ook het volledige interview (20 minuten) online gezet, vol extra’s en sappige details.